Het werd nog een heel gedoe met de overnachting. Voordat ik bij het seminarie terecht kwam had ik eigenlijk bedacht om weer in een hotel te gaan zitten. De gids gaf aan dat er een hotel zou zijn waar je met korting terecht kon. Het enige dat ik kon vinden was een trattoria en die was dicht toen ik er was. Bij het seminarie moest ik dus wachten tot 7 uur. Seniora was naar het ziekenhuis (voor haar dochter begreep ik achteraf). Ik heb me dus enige tijd lopen vermaken en rond 7 uur was ik weer ter plekke. Belde ze op dat ze nog steeds in het ziekenhuis was. Ik gaf aan dat het geen enkel probleem was en dat ik eerst wel een hapje ging eten. De enige plek waar dat kon was die trattoria. Leuke tent, aardige mensen. Omdat ze zagen dat ik met rugzak binnenkwam vroegen ze waar ik van plan was te blijven slapen. Blijkt dit toch ook dat hotel te zijn, de grapjassen. Ik heb er met korting kunnen eten en tegen 9 uur kon ik terecht op mijn kamer. Tot in de puntjes verzorgd overigens en in een mooi oud pand. Zo maar iets waar je de hele middag en avond druk mee kunt zijn.
De route naar Pontremoli wordt omschreven als zwaar. Naast dat er nog een tweetal bergen beklommen moeten worden, gaat het ook steil bergafwaarts en dat over rotsige bergpaadjes. Er stond bij: geschikt voor geoefende alpinist met lichte bagage. Dat belooft wat. Daarom wederom vroeg opgestaan en vertrokken. Als het tegenzit kon ik hier en daar terugvallen op een doorgaande weg.
Het was koud geweest vannacht en de dag begon daarom met jack aan. Het klimmen begon al direct na het verlaten van het dorp. In het begin nog over goede paden, maar later steile rotsachtige paden met losse keien. Dat is vermoeiend lopen en het jack ging al snel weer uit. De beloning was echter groot toen ik boven op de top stond, op ruim 1200 meter. Het was er kaal en het was hard gaan waaien. Ver onder me lag de snelweg, duidelijk zichtbaar waar deze door tunbels loopt. Om niet al te koud te worden ben ik snel weer afgedaald en heb de beschutting van de bomen opgezocht.. Het ging stukken erg hard naar beneden; inderdaad niet eenvoudig.
Ik kwam vervolgens bij Passo della Cisa, de grens tussen Emelia-Romagna en Toscane. Een van oorsprong strategisch punt op de pas. Daar werd ik in de verleiding gebracht om een stuk weg te pakken. Ik heb dat niet gedaan en daar was ik achteraf heel blij mee. Ik liep over een mooi pad door de bossen, over een zachte ondergrond van blad en naalden, en door de toppen van de bomen hoorde je de wind loeien. Daarna ging het over op weidegebied, boven langs een bergkam. Weer met de snelweg ver onder me. Toen ik daar liep kwam ik een kudde paarden tegen. Enkele daarvan liepen voor mij uit een pad in. Zo ook een merrie, maar haar veulen was niet meegelopen. De merrie ging zo op het pad staan dat ik er niet meer langs kon en spoorde haar veuken aan om te komen. Het veulen durfde alleen niet langs mij, ondanks dat ik ruimte had gemaakt en in de bosjes was gaan staan. Een patstelling. Totdat er nog een paard langsliep en onder bescherming van dat paard liep het veulen snel naar de moeder. Daarna liep alles weer verder. Voor mij betekende dat opnieuw zwaar dalen. Het werd een linke afdaling, met wegglijdende stenen. Een aanslag voor eigenlijk alles, knieen, enkels, rug en ook mijn schoenen, die er steeds afgetrapter uit gaan zien.
Het laatste stuk ging eerst weer bergop, maar in een iets rustiger tempo. Ook kwam ik langs veel beekjes de overgestoken moesten worden (de meeste met bruggen deze keer). Aan het eind ging het weer straf bergafwaarts, richting Pontremoli. Daar slaap ik vannacht in een cappucijner convent. Een vriendelijk ontvangst aldaar, inclusief een uitvoerige toelichting op de rijke geschiedenis van de stad. Dit was de enige doorgang van het noorden verder Toscane in.
Het was al met al een loodzware dag. 28 km de bergen door, 1200 meter geklommen, 1800 meter gedaald. Mijn lichaam gesloopt, maar ik had dit voor geen goud willen missen en ben blij dat ik er niet voor gekozen heb om de weg te volgen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten