Ik had het vermoeden dat er toch wat fout gegaan was gisteren bij het instituta. Het duurde lang voor het gelukt was om een kamer te krijgen. Op een gegeven moment echter wilde iemand anders mijn kamer in. Ze keken verbaast op dat ik er zat. Ze gingen weg en kwamen niet meer terug. Een poosje later hoorde ik een hoop herrie op de gang. Toen ik polshoogte ging nemen, bleek dat ze bezig waren elders op de gang met man en macht een kamer gereed te maken. Er werd een noodbed in geschoven en een kast. Ik ben bang dat ik die heisa veroorzaakt heb, maar ze hebben mij er verder niet mee lastig gevallen. Het probleem was opgelost. Ik mocht er ook nog meeeten, tussen de studenten in een grote zaal. Veel gesprek was er niet mogelijk; zei spraken geen engels en ik nog nauwelijks italiaans (mijn kennis beperkt zich nog tot het regelen van eten en een overnachting).
Vanochtend zorgde ik ook voor nogal wat ophef. Ik leverde de sleutel in en wilde weten wat ik moest betalen. Er werd veel overlegd en gebeld en toen kwamen ze uit op 25 euro. Ik gaf ze 30, maar ze hadden geen wisselgeld. Ik zei nog laat maar zitten, maar daar was geen sprake van. Uiteindelijk kon een van de studenten het geld wisselen. Tot slot vroeg ik om een stempel. Weer veel ophef, niemand wist waar een stempel zou kunnen liggen. Wederom zei ik laat maar ziten, maar ze bleven zoeken. De directeur van het instituut was er inmiddels ook en ook hij was druk op zoek. Even later belde hij de padre van de naastgelegen kerk en die zou wel even komen met een stempel. Betekende natuurlijk wel weer wachten, maar ja hoor hij kwam inderdaad en had een mooie stempel bij zich.
Enigzins vertraagd begon ik dus aan de reis naar Belgioioso en vervolgens nog een stukje door naar Santa Cristina. Het was een mooie dag, blauwe lucht en weer 30 graden. De route ging over landwegen, via kleine dorpjes en langs akkers. Steeds minder rijst en steeds meer andere gewassen, zoals mais. Ook varkensstallen overigens. Die beesten kunnen behoorlijk te keer gaan en gillen. Het is hier nog steeds vlak land, dus erg moeilijk lopen is het niet. Het meest last had ik nog van al het ongedierte. Niet eens zozeer de muggen, maar vooral hele zwermen onweersvliegjes en ook vliegende mieren. Ik moest vooral mijn mond goed dichthouden onder het lopen en ik hield de klep van mijn pet goed laag.
Belgioioso was een mooi plaatsje rond een oud kasteel. Als ik later op de dag aangekomen was, dan was ik daar zeker gebleven. Wel even een barretje gepakt voor mijn dagelijkse cappucino. Om half 3 was ik in Santa Cristina. Ik ben daar terecht gekomen bij een opvangplaats voor pelgrims van de plaatselijke kerk. Het geeft hier een hoog leger des heils gehalte. Er zijn 2 grote slaapzalen met allemaal matrassen op een rij. In een zaal lagen al een paar mensen een middagdutje te doen. Daar zal ik nog wel mee kennismaken. Ik ben benieuwd waar ze vandaan komen en waar hun reis heen gaat.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten